Leuke dingetjes

Hieronder vind je een De Snakies kleurplaat en een aantal puzzels uit het boek die je kunt downloaden en uitprinten.

Nederlandse naam: korenslang, rode rattenslang of maisslang

Latijnse naam: Pantheropis Guttatus

Cion is een lieve en slimme vrouwtjesslang. Ze verstaat wat mensen zeggen en ze kan opdrachten uitvoeren. In dit verhaal gaat ze vaak met Lizzy mee op pad. Korenslangen bestaan echt, maar Cion is deels fantasie. Zo kan een korenslang in het echt niet overal mee naartoe en zal niet begrijpen wat mensen zeggen.

De meeste korenslangen zijn rood met bruin. Je hebt ze in 830 kleurvarianten. Het zijn wurgslangen, ze zijn niet giftig. Ze worden als huisdier gehouden omdat ze makkelijk en stressbestendig zijn. Ze worden niet heel groot en zijn overdag actief. Ze houden van klimmen en van af en toe een waterbad.

Alle reptielen zijn koudbloedig, dus een korenslang is dat ook. Koudbloedig betekent dat de temperatuur van hun lichaam gelijk is aan de temperatuur van de omgeving. Om zich voort te kunnen bewegen, moeten slangen eerst opwarmen. Dat doen ze met de warmte van de zon of onder een warmtelamp. Slangen zonnebaden graag.

Slangen worden in een terrarium gehouden. Dat is een glazen bak. Die bak moet verdeeld worden in twee ruimtes, een ruimte waar het ongeveer 26-27 graden is, en een andere ruimte van 22-24 graden. Zo kan de slang kiezen welke temperatuur hij fijn vindt. ’s Nachts mag de temperatuur dalen tot 15-19 graden.

Slangen die als huisdier worden gehouden of in een dierentuin leven, eten muizen en ratten. Dode prooidieren koop je ingevroren. Ze moeten na het ontdooien onmiddellijk worden gegeten.

Bij een goede verzorging kan een korenslang 15-20 jaar oud worden.

Je hebt vast wel eens gehoord van slangenbezweerders die een slang uit een mandje omhoog laten komen. Op de tonen van een fluit gaat de slang dansen. Maar dat klopt niet! Slangen hebben geen oorschelpen en geen trommelvlies. Ze kunnen dus niet horen zoals wij. Het zijn vooral de bewegingen van de slangenbezweerder die de slang laten ‘dansen’. Hij volgt diens bewegingen met zijn kop.

Slangen zien de wereld compleet anders dan wij. Ze gebruiken hun ogen amper. In plaats daarvan hebben ze receptoren, die signalen ontvangen. Die zitten in hun cellen. De receptoren op hun snuit nemen warmte waar. Slangen ‘zien’ de wereld daardoor als een hittemap. Ze horen geen geluiden omdat ze geen oren hebben, maar ze voelen wél aan de trillingen aan de grond of er iets aankomt.

Een slang hoeft zijn bek niet open te doen om zijn tong uit te steken. Daarvoor heeft hij een spleetje tussen zijn lippen. Steeds schiet zijn tong naar buiten en naar binnen. Zo kan de slang ruiken.

Het reukorgaan is het belangrijkste zintuig voor een slang. Hoewel slangen ademen door hun neusgaten, ruiken ze er niet mee. Slangen gebruiken namelijk hun tong om geurdeeltjes op te vangen.

Je kunt op website van Natuurmonumenten (klik hier) kijken naar een filmpje waarin boswachter Juriaan een schuilhut bouwt.

Zo bouw je een hut met een stevig touw:

Kies eerst een handige plek die als basis kan dienen voor je hut. Bijvoorbeeld een kuil, een omgevallen boom of een dikke, afhangende tak.
Je kunt het touw als basis gebruiken. Span het touw dan schuin tussen twee stevige boomstammen.
Versterk nu je basis met dikke takken of stammetjes. Zet ze rechtop tegen je touw of afhangende tak en maak een stevig raamwerk.
Vlecht daar dunnere takken doorheen en camoufleer de hut zo goed mogelijk met bladeren, mos of graszoden. Niemand die je ziet.
Scroll naar boven